Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in de Justitiële Jeugdinrichting Intermezzo te Lelystad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Opsporing Verzochtde videobeelden van de overval vertoond. [25]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 december 2019;
- een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 158-166;
- een proces-verbaal doorzoeking, pagina 170;
- een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1270.
5.BEWEZENVERKLARING
1.
2.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 1]
11.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 4]
12.BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]
13.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36b, 36c, 36f, 57, 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht en
- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie;
14.BESLISSING
jeugddetentievan
9 maanden;
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
- bivakmuts (goednummer: G2400142);
- mes 30 cm, zwart handvat, grijs Lemmet (goednummer: G2398693);
- naboots vuurwapen (goednummer: G2398656);
- vuurwapen (goednummer: G2398656);
- zwart jack Nike met wit Nike logo maat M (goednummer G2398666);
- zwarte trainingsbroek Nike maat M (goednummer: G2398677);
- zwarte Nike Air Max schoenen maat 42 (goednummer: G2398303);
- donkerblauwe jas Moncler met embleem op linkerarm (goednummer: G2398304);
- Nike Paris Sain Ger (goednummer: G2398622);
- telefoon Iphone X (goednummer: G2372747);
- [fastfoodrestaurant] werkshirt (goednummer: G2349320);
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat
- wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 1.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2019 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 dagen jeugddetentie;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.