ECLI:NL:RBMNE:2020:1099
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 24 maart 2020 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van ontuchtige handelingen met een minderjarig persoon in Lelystad in november 2017. Primair werd verdachte verweten ontucht te hebben gepleegd met zijn stiefkind, subsidiair met een minderjarige buiten echt.
De rechtbank stelde vast dat verdachte niet het stiefouderschap had, waardoor het primair ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden. De verklaringen van de minderjarige werden niet als onbetrouwbaar beschouwd, maar de rechtbank vond dat de belastende verklaringen onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs. Alle belastende verklaringen waren feitelijk afkomstig van één bron, de minderjarige zelf.
Verdachte ontkende de tenlastegelegde handelingen consistent tijdens verhoor en terechtzitting. Door het ontbreken van aanvullend steunbewijs was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte te veroordelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontucht met minderjarige wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.