AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 WvggzPro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1968 in Irak en verblijvend in een zorginstelling.
Tijdens de mondelinge behandeling werd betrokkene gehoord, bijgestaan door een advocaat en een tolk. De afdelingsarts pleitte voor voortzetting vanwege ernstige lichamelijke risico's door verwaarlozing en weigering van noodzakelijke medicatie. Betrokkene zelf wilde naar huis en begreep de situatie niet.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis, en dat minder ingrijpende maatregelen niet toereikend zijn. Daarom werd machtiging verleend voor voortzetting van verplichte zorg in de vorm van toediening van vocht, voeding en medicatie en opname in een accommodatie, met een geldigheidsduur tot 23 maart 2020.
Andere vormen van verplichte zorg, zoals bewegingsbeperking en insluiting, werden niet toegewezen omdat deze niet noodzakelijk werden geacht. De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt, met mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor toediening van medicatie en opname, geldig tot 23 maart 2020.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/498161 / FA RK 20-1471
Betrokkenennummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 2 maart 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] (Irak),
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
verblijvende te [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.I. Tonk.
1.Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 27 februari opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d.
27 februari 2020;
de medische verklaring d.d. 27 februari 2020;
de relevante politiegegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 maart 2020 te [naam instelling] , locatie [naam locatie] te [plaatsnaam] .
1.3.
Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de betrokkene;
- de advocaat;
- de heer [A] , afdelingsarts.
Voor betrokkene was er telefonisch een tolk beschikbaar.
1.4.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.5.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de instelling verstrekt.
2.Beoordeling
2.1.
In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 WvggzPro, opgenomen:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
2.2.
De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat er geen duidelijk beeld is over betrokkene. Betrokkene zegt dat ze last heeft van benauwdheid en niet snapt waarom ze in de instelling zit. Haar wens is om naar huis te gaan. De advocaat pleit dan ook voor afwijzing van het verzoek.
2.3.
De afdelingsarts pleit voor toewijzing van het verzoek. Hij stelt dat er sprake is van toenemende verwaarloosbaarheid. Betrokkene valt vaak en ze is er van overtuigd dat ze geen zuurstof krijgt. De huisarts heeft gemeld dat betrokkene ook de zorg verwaarloosd. Volgens de longspecialist verliest ze veel bloed. Ze wil echter geen bloed afgeven en weigert antibiotica en antipsychotica in te nemen. Zij slikt enkel een maagtablet. Bovendien heeft betrokkene een mentor, de arts acht haar dan ook wilsonbekwaam. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg stelt hij dat het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon of verblijfsruimte, controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, niet nodig zijn.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in ernstig lichamelijk letsel. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van met name schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de volgende vormen van verplichte zorg, te weten,
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- opnemen in een accommodatie;
noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Gelet op de verklaring van de afdelingsarts neemt de rechtbank de verplichte zorg in de vorm van verplichte zorg: het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon of verblijfsruimte, controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, niet op in de beschikking.
2.6.
Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken en aldus geldt tot en met 23 maart 2020.
3.Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] (Irak), met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 maart 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 2 maart 2020 mondeling gegeven door mr. M.E.A. Braeken, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt op 17 maart 2020 en in afwezigheid van mr. M.E.A. Braeken, ondertekend door mr. A.C. Schroten, rechter.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.