De officier van justitie verzocht op 27 februari 2020 om voortzetting van een op 26 februari 2020 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan psychische stoornissen. De mondelinge behandeling vond plaats op 2 maart 2020, waarbij betrokkene, haar advocaat, een arts in opleiding en een psychiater werden gehoord. De advocaat betwistte de diagnose, causaliteit en doelmatigheid van de opname, terwijl het ziekenhuis pleitte voor voortzetting vanwege ernstig dreigend levensgevaar.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, voornamelijk veroorzaakt door gedrag voortkomend uit persoonlijkheidsstoornissen. De gevraagde vormen van verplichte zorg, zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht, zijn noodzakelijk en proportioneel om het nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 23 maart 2020. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is mondeling gegeven op 2 maart 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 17 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.