Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats] (Marokko), voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en verslavingsstoornissen. De machtiging betreft verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De psychiater adviseerde toewijzing van het verzoek vanwege het ernstig nadeel dat betrokkene ondervindt, waaronder risico op lichamelijk letsel, financiële schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene werkte volgens zijn advocaat mee en wilde geen verplichte zorg, maar de rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg onvoldoende mogelijk was.
De rechtbank verleende de machtiging voor het toedienen van medicatie, medische handelingen, bewegingsbeperking en opname, maar wees het verzoek tot toediening van vocht en voeding, insluiting, toezicht en kledingonderzoek af. De machtiging geldt voor zes maanden tot 2 september 2020.
De beslissing is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie. De rechtbank achtte de verplichte zorg evenredig en noodzakelijk om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en zijn autonomie te bevorderen.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor medicatie, bewegingsbeperking en opname tot 2 september 2020, overige verzoeken afgewezen.