De officier van justitie heeft bij de rechtbank Midden-Nederland verzocht om voortzetting van een crisismaatregel die op 2 maart 2020 was opgelegd aan betrokkene, geboren in 1988. De maatregel betreft verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) vanwege een vermoedelijke psychotische stoornis.
Tijdens de mondelinge behandeling op 4 maart 2020 in Altrecht werden betrokkene, zijn advocaat en de psychiater gehoord. Betrokkene gaf aan liever naar huis te gaan of vrijwillig te verblijven, maar erkende ook de noodzaak van hulp. De psychiater pleitte voor voortzetting van de maatregel vanwege het risico op ernstig nadeel en de noodzaak tot observatie en behandeling.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een psychische stoornis, en dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk, evenredig en effectief is. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging geldt voor drie weken tot en met 25 maart 2020.