AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens bipolaire-stemmingsstoornis
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 4 maart 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 WvggzPro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1989 in Irak, die verblijft in een zorginstelling. De crisismaatregel omvatte diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, zijn advocaat en de psychiater aanwezig. De psychiater gaf aan dat betrokkene psychologisch ontregeld is, wanen heeft en agressief gedrag vertoont. De familie kan de zorg niet langer dragen. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat betrokkene thuis meer rust zou vinden.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een bipolaire-stemmingsstoornis en dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om dit nadeel af te wenden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De verplichte zorg is evenredig en gericht op herstel en maatschappelijke participatie.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, tot en met 25 maart 2020. De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 25 maart 2020.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/498455 / FA RK 20-1595
Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 4 maart 2020,naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Irak),
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
verblijvende te Altrecht, locatie [locatie] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M. Veldman.
1.Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 3 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 3 maart 2020;
de medische verklaring d.d. 2 maart 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 maart 2020 te Altrecht, op de locatie [locatie] te [woonplaats] .
1.3.
Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de betrokkene,
- de advocaat,
- mevrouw M. Rooijakkers, psychiater.
1.4.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.
1.5.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de instelling verstrekt.
2.Beoordeling
2.1.
In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 WvggzPro, opgenomen:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- controleren op de aanwezigheid van gedag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
2.2.
De advocaat heeft geconcludeerd voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene heeft de wens om naar huis te gaan. Daar heeft hij meer rust. In de instelling wordt betrokkene juist onrustig.
2.3.
De psychiater heeft gepleit voor voortzetting van de crisismaatregel. Betrokkene is psychologisch ontregeld en heeft wanen. Hij denkt dat hij met zijn gedachten de wind en het weer kan beïnvloeden. Ook de familie van betrokkene heeft aangegeven de zorg voor betrokkene niet meer aan te kunnen. Betrokkene is achterdochtig, prikkelbaar en slaapt weinig. Hij is ook agressief naar anderen toe. Tijdens de opname zal betrokkene worden behandeld om weer stabiel te worden.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in ernstige psychische schade. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de verzochte vormen van verplichte zorg, noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken, en aldus geldt tot en met 25 maart 2020.
3.Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Irak), met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- controleren op de aanwezigheid van gedag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 maart 2020.
Deze beschikking is op 4 maart 2020 mondeling gegeven door mr. D.J. van Maanen, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 16 maart 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.