Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] (Afghanistan), voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 maart 2020 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, geboren in 1990, met een psychotische stoornis. De zorgmachtiging is gebaseerd op artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Uit de medische stukken en het zorgplan blijkt dat betrokkene ambulant behandeld zal worden en dat verplichte zorg uitsluitend bij opname in een accommodatie zal worden toegepast. De rechtbank oordeelt dat opname als ultimum remedium moet worden gezien en dat ambulante zorg de voorkeur heeft. De gevraagde verplichte zorg omvat het toedienen van medicatie, medische controles, toezicht en opname indien noodzakelijk.
Betrokkene is bereid de zorg te accepteren maar staat kritisch tegenover medicatie. De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden, waarbij opname alleen wordt toegepast als ambulante zorg het ernstig nadeel niet kan afwenden.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg met opname als ultimum remedium voor de duur van zes maanden.