Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 februari 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
de beschikking) heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (
Wet woz) de waarde van de onroerende zaak
de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2017 naar de waardepeildatum 1 januari 2016 vastgesteld op € 1.237.000,-. Verweerder heeft gelijktijdig met de beschikking aan eiser als eigenaar van de onroerende zaak in één geschrift een aanslag onroerendezaakbelastingen (
de aanslag) bekendgemaakt, waarbij de bij de beschikking vastgestelde waarde als heffingsgrondslag is gehanteerd.
de uitspraak op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Overwegingen
Nsw-landgoed).
de marktwaarde). De marktwaarde is de prijs, die bij aanbieding ten verkoop op de voor die onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn betaald.
URUOW) blijven bij de waardebepaling buiten aanmerking de onroerende zaken die deel uitmaken van een Nsw-landgoed, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen (
de Nsw-uitzondering). Bij de bepaling van de waarde(n) van de onroerende zaak/zaken die deel uitmaakt/uitmaken van een Nsw-landgoed, wordt dus alleen rekening gehouden met de waarde van de tot die onroerende zaak/zaken behorende gebouwde eigendommen en de ondergrond daarvan.
de vergelijkingsobjecten). Deze systematische vergelijking is in de onderstaande tabel samengevat.
hoofdgebouw).
(€ 2.575,-).
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.311,-;
- bepaalt dat verweerder eiser het door deze betaalde griffierecht van € 46,- dient te vergoeden.
de voorzitter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen)