Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift ingekomen op 21 november 2019;
- het verweerschrift ingekomen op 7 januari 2020;
- de brief van verzoeker met productie 22, ingekomen op 8 januari 2020.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek tot ontslag van verweerder als executeur in de nalatenschappen van erflaatster en erflater, en de benoeming van een vervangend executeur. Verzoeker klaagt over het gebrek aan informatieverstrekking, het niet tijdig opstellen van een boedelbeschrijving en het niet doen van aangifte erfbelasting door verweerder. Ook is het legaat aan een derde nog niet uitgekeerd.
Tijdens de zitting vroegen partijen om aanhouding, maar later verzochten zij alsnog een beslissing. De kantonrechter stelt vast dat verweerder zijn taken onvoldoende heeft vervuld, waaronder het nalaten van aangifte erfbelasting en het niet afleggen van eindrekening en verantwoording. De executele is derhalve nog niet beëindigd.
Gelet op deze feiten oordeelt de kantonrechter dat er gewichtige redenen zijn om verweerder te ontslaan als executeur. Mr. J. Smit wordt benoemd als vervangend executeur en mag zijn gebruikelijke kantoortarief in rekening brengen. Verweerder krijgt zes weken om rekening en verantwoording af te leggen en stukken over te dragen, met een dwangsom van €250 per dag tot maximaal €5.000 bij niet-naleving. Verzoeken tot kostenveroordeling en vergoeding van proceskosten worden afgewezen vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure.
Uitkomst: Verweerder wordt ontslagen als executeur en mr. J. Smit benoemd als vervangend executeur met een dwangsom bij niet-naleving.