Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: verdachte) zeggen: “Wat doe je er tegen. Van het een kwam het ander.” (…) Hij zei: “Ik kan het niet meer terug draaien”. (…) Toen bleek later dat [verdachte] er vandoor was gegaan via de achterdeur. Hij appte mij daarna. Hierin zei hij dat hij mij niet meer aan kon kijken [11]
Wat doe je er tegen. Van het een kwam het ander.” [getuige 3] heeft na afloop van dit gesprek een Whatsapp van verdachte gekregen, waarin verdachte zei “
Kon je niet meer aankijken of tegen je praten, daarom ben ik net wegge(g)aan”. De inhoud van het screenshot van Whatsapp is naar het oordeel van de rechtbank redengevend voor het bewijs nu het aansluit bij de weergave van de getuigen [getuige 1] en [getuige 3] van het gesprek op 2 november 2017 met betrekking tot de houding van verdachte ten opzichte van het ten laste gelegde.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
31 dagen;
30 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast;
proeftijd van 2 jarenvast;
taakstrafvan
180 uren;