Ouders van vijf minderjarige leerlingen spanden een kort geding aan tegen de school, die hun kinderen halverwege het tweede leerjaar terugplaatst naar een MAVO-klas. De ouders vorderen dat hun kinderen tot het einde van het tweede leerjaar HAVO-lesstof blijven ontvangen en uitzicht houden op VWO-onderwijs, conform de schoolgids.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de kinderen van twee ouders niet langer bij de school staan ingeschreven en dat hun vorderingen daarom worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Voor de overige ouders is het spoedeisend belang aanwezig.
De school heeft de onderwijsinhoud aangepast vanwege onvoldoende prestaties van de kinderen, waarbij het onderwijs wordt afgestemd op het niveau van de leerlingen, mede naar aanleiding van kritiek van de Onderwijsinspectie. De rechter vindt de gekozen middenweg van de school niet onredelijk en oordeelt dat de ouders onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het onderwijs niet voldoet aan redelijke normen.
Hoewel de communicatie van de school over de terugplaatsing ongelukkig was, leidt dit niet tot toewijzing van de vorderingen. De ouders worden veroordeeld in de proceskosten.