Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] , hierna te noemen [gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2], hierna te noemen [gedaagde sub 2] ,
[gedaagde sub 3], in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de dochters, hierna te noemen [gedaagde sub 3] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Deze zaak betreft een geschil over de nalatenschap van [A], die in 2018 overleed. De eiseres, voormalig partner van [A], vordert onder meer dat de dochters van [A] meewerken aan de toedeling van de gezamenlijke woning aan haar, waarbij zij de hypotheekschuld op zich neemt. Daarnaast vordert zij een verklaring voor recht dat zij haar vorderingen op [A] en diens erfgenamen kan verrekenen met de overwaarde van de woning.
De rechtbank wijst de vordering tot medewerking aan de toedeling van de woning toe, aangezien hiertegen geen verweer is gevoerd. Voor de vaststelling van de overwaarde en verrekening van vorderingen is meer informatie nodig, onder andere over de lening van €22.000 die eiseres aan [A] verstrekte, de verbouwingskosten, betaalde hypotheek- en eigenaarslasten, en de kosten van de uitvaart. Tevens is onduidelijkheid over de administratie van [A].
Verder is er een geschil over een verzekeringsuitkering van €88.000 die aan de hypotheekverstrekker is uitgekeerd. De rechtbank nodigt partijen uit om binnen vier weken schriftelijk te reageren en aanvullende gegevens te overleggen. De behandeling wordt aangehouden om verdere afwikkeling mogelijk te maken, waarbij ook afspraken over taxatie van de woning worden aanbevolen.
Uitkomst: De behandeling wordt aangehouden en partijen krijgen vier weken om schriftelijk te reageren en aanvullende gegevens te verstrekken.