Eiseres, een onderneming die bedrijfsruimte huurt, maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning verleend aan een derde-partij voor het verbouwen van bedrijfsruimten tot acht woningen. De vergunning werd verleend ondanks strijd met het bestemmingsplan, op grond van beleidsvrijheid van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid de vergunning kon verlenen, gelet op gemeentelijk beleid gericht op transformatie van leegstaande winkelpanden buiten het centrum naar woningen. Eiseres stelde dat zij door de vergunning gedwongen werd te verhuizen en dat er sprake was van een privaatrechtelijke belemmering, maar de rechtbank vond geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering omdat de huurovereenkomst inmiddels was beëindigd.
De rechtbank concludeerde dat het college zijn bevoegdheid juist heeft uitgeoefend en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter Rijlaarsdam op 13 maart 2020.