ECLI:NL:RBMNE:2020:1543
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing civiele zaak naar handelskamer wegens overschrijding competentie kantonrechter
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van €15.000,- wegens een beëindigingsovereenkomst waarbij gedaagde nog €15.000,- zou moeten voldoen van een totaal van €90.000,-. Gedaagde stelt dat hij de overeenkomst onder bedreiging is aangegaan en heeft deze deels vernietigd. Tevens vordert hij schadevergoeding wegens vermeende slechte prestaties van eiseres die tot verlies van klanten en winst heeft geleid.
De kantonrechter constateert dat de vordering van gedaagde een bedrag van circa €45.000,- betreft, wat de competentiegrens van de kantonrechter overschrijdt. Ook het standpunt van gedaagde over deze schadevordering maakt het noodzakelijk de zaak naar de handelskamer te verwijzen.
De kantonrechter wijst partijen op de gevolgen van de verwijzing, zoals het hogere griffierecht en de mogelijkheid tot vermindering bij onvermogendheid. De zaak wordt verwezen naar de handelskamer van de rechtbank op 8 april 2020. Verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de handelskamer wegens overschrijding van de competentie van de kantonrechter.