Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
beschikking conflictbehandeling schriftelijke aanwijzing
[de vader] , hierna te noemen de vader,
[de (stief) moeder] , hierna te noemen de (stief)moeder,
De Jeugd- & Gezinsbeschermers,hierna te noemen de GI
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van ouders om de weigering van de gecertificeerde instelling (GI) om een schriftelijke aanwijzing te geven over het opstarten van begeleid contact met hun uithuisgeplaatste kinderen te laten vervallen. De GI had geweigerd een aanwijzing te geven omdat de rechter reeds een beslissing had genomen over het contact tussen de ouders en de kinderen.
De kinderrechter bevestigde dat de GI niet bevoegd is om een schriftelijke aanwijzing te geven over het contact, omdat de rechter hierover al heeft beslist, zoals bevestigd door de Hoge Raad. De weigering van de GI werd daarom terecht geacht en het verzoek tot vervallenverklaring afgewezen. Wel werd benadrukt dat overleg tussen GI en ouders over contact mogelijk blijft.
Inhoudelijk werd het verzoek alleen behandeld ten aanzien van het jongste kind, [minderjarige 7], omdat er sprake zou zijn van gewijzigde omstandigheden. De kinderrechter oordeelde dat de GI zo spoedig mogelijk moet onderzoeken of en hoe contact met [minderjarige 7] kan worden gerealiseerd, mede gezien het ontbreken van trauma of mishandeling bij dit kind. De bijzondere curator moet uiterlijk 15 april verslag uitbrengen aan het gerechtshof. De verdere behandeling van het verzoek werd pro forma aangehouden tot 26 juni 2020.
De beschikking werd gegeven door kinderrechter I.L. Rijnbout en is openbaar uitgesproken op 7 april 2020. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van ouders tot vervallenverklaring van de weigering van de GI af en verzoekt de GI spoedig contactmogelijkheden met het jongste kind te onderzoeken.