Eiser, een 51-jarige man met somatische en mentale klachten, vroeg om een indicatie voor langdurige zorg (Wlz). Verweerder wees de aanvraag af omdat uit medisch advies bleek dat eiser geen blijvende behoefte had aan permanent toezicht of 24 uur zorg in de nabijheid. De psychiatrische problematiek van eiser gaf geen toegang tot de Wlz, aangezien de grondslag psychiatrie pas vanaf 2021 toegang kan geven en verweerder toen nog niet bevoegd was om daarop te anticiperen.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn darmaandoening en mentale klachten wel degelijk toezicht en zorg nodig had, vooral 's nachts, en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat het huisbezoek niet door een arts was gedaan. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een huisbezoek door een indicatiesteller en beoordeling door medisch adviseurs die alle medische informatie wogen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de strenge criteria van artikel 3.2.1 Wlz, omdat hij in staat is adequaat te alarmeren en te wachten op zorg zonder reëel risico op ernstig nadeel. De psychische klachten waren niet het gevolg van de somatische aandoeningen en boden geen grond voor een indicatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.