Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 april 2020 in de zaak tussen
De vereniging De Fietsersbond, te Utrecht, eiseres
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep
Beoordeling van het beroep
Toetsingskader en vertrouwensbeginsel
Belangenafweging
Verder is van belang dat de vrijheid van het verkeer wordt gewaarborgd. Verweerder heeft in augustus en oktober 2013 door Witteveen & Bos onderzoek naar fietsbewegingen laten uitvoeren op de Afsluitdijk. In augustus 2013 gaven de fietstellingen aan dat op een werkdag circa 150 (brom)fietsers over de Afsluitdijk rijden en in het weekend circa 200. In oktober 2013 ging het om circa 20 fietsers op een werkdag, tegenover circa 40 in het weekend. Een groot deel daarvan is recreatief. Het aantal motorvoertuigen dat de Afsluitdijk dagelijks gebruikt, ligt vele malen hoger. Tijdens de zitting heeft verweerder het getal van 20.000 voertuigen genoemd, dat door eiseres niet is weersproken en de rechtbank ook niet onaannemelijk voorkomt. Het belang van de veilige doorstroom van motorvoertuigen op de A7 heeft verweerder zwaarder mogen wegen dan het voornamelijk recreatieve belang van het veel geringer aantal fietsers dat gebruik wil blijven maken van de Afsluitdijk.
Onderzoek naar alternatieven
Het argument dat vooral veel buitenlandse fietsers het concept van de fietsbus niet snappen, dat zij de Afsluitdijk toch op gaan en dat er daarom gezocht zou moeten worden naar een betere oplossing voor de veiligheid van deze mensen, volgt de rechtbank ook niet. Nog afgezien van het feit dat het passeren van de afsluitingsborden een kwestie is van handhaving en dat tijdens de zitting is toegezegd dat er nog meer borden geplaatst gaan worden voorzien van Engelstalige en Duitstalige teksten, gaat het hier om incidenten die een andere oplossing dan verweerder heeft gekozen niet rechtvaardigen. Dat mensen zich niet aan het verbod houden om de Afsluitdijk met de fiets op te gaan, komt voor hun eigen risico.
Afronding
Beslissing
mede te ondertekenen.
Rechtsmiddel
[…]
1 Verkeersbesluiten worden genomen:
a. voor zover zij betreffen het verkeer op wegen onder beheer van het Rijk door Onze Minister;
[…]
De plaatsing of verwijdering van de hierna genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit:
[…]
De motivering van het verkeersbesluit vermeldt in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.