Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
wonende te [adres] , [woonplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 23 maart 2020 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan het telen en/of verwerken van ongeveer 275 hennepplanten en het stelen van stroom door middel van braak en/of verbreking in Almere in 2016.
Tijdens de terechtzitting van 9 maart 2020 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. Beide partijen verzochten om vrijspraak wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank concludeerde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om de ten laste gelegde feiten te bewijzen.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van beide feiten. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer bestaande uit voorzitter M. Ferschtman en rechters A.M. Crouwel en J. Wiersma.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplichtigheid aan hennepteelt en stroomdiefstal.