ECLI:NL:RBMNE:2020:1597
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na gewijzigde beslissing op bezwaar in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de eiser beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 20 september 2018. Vervolgens heeft de verweerder op 13 januari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard. Naar aanleiding hiervan heeft eiser het beroep ingetrokken en een verzoek tot vergoeding van proceskosten ingediend.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op € 1.050,-, bestaande uit punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting, en heeft verweerder veroordeeld deze kosten te betalen aan de rechtsbijstandverlener vanwege de verleende toevoeging.
Daarnaast is verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid van de Awb verplicht het door eiser betaalde griffierecht van € 46,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 10 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1.050,- proceskosten en € 46,- griffierecht aan eiser.