ECLI:NL:RBMNE:2020:1613
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft de meervoudige strafkamer gewraakt wegens het gevoel onvoldoende zijn verhaal te hebben kunnen doen en de indruk dat de rechters vooringenomen waren. Hij stelde dat hij slechts korte antwoorden mocht geven, dat zijn ingebrachte stukken niet werden meegewogen en dat de rechters zijn schuld vooraf hadden vastgesteld.
De rechters ontkenden vooringenomenheid en stelden dat zij verzoeker voldoende gelegenheid hadden gegeven zijn standpunt toe te lichten, waarbij herhalingen werden beperkt. Ook werd toegelicht dat nieuwe stukken van het Openbaar Ministerie laat werden ingediend, maar dat verzoeker hierop kon reageren.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor persoonlijke vooringenomenheid noch een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het feit dat een rechter niet alle dossierstukken vooraf had gelezen, werd niet als vooringenomenheid gezien. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en de strafprocedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.
De beslissing werd op 3 april 2020 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.