ECLI:NL:RBMNE:2020:1630

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 april 2020
Publicatiedatum
24 april 2020
Zaaknummer
8195251 AT VERZ 19-771
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:432 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot instelling beperkt bewind over onverdeeld erfdeel wegens niet-ontvankelijkheid vereffenaar

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 december 2019 en 29 januari 2020 het verzoek tot instelling van een beperkt bewind over het onverdeelde aandeel in de nalatenschap van de vader van de rechthebbende. Het verzoek werd ingediend door de vereffenaar van de nalatenschap en de broer van de rechthebbende.

De vereffenaar was benoemd door de rechtbank en diende het verzoek in namens de nalatenschap. De kantonrechter oordeelde echter dat de vereffenaar niet tot de personen behoort die op grond van artikel 1:432 lid 1 BW Pro een onderbewindstelling kunnen verzoeken, waardoor hij niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.

Hoewel de rechthebbende mogelijk psychische problemen heeft en geen actie onderneemt met betrekking tot haar erfdeel, is onvoldoende aannemelijk geworden dat zij niet in staat is haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.

De beslissing is uitgesproken door kantonrechter M.J. Smit op 17 april 2020. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het verzoek tot instelling van een beperkt bewind over het onverdeeld erfdeel wordt afgewezen en de vereffenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Amersfoort
zaaknummer: 8195251 AT VERZ 19-771

Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling d.d. 17 april 2020

Ingediend door:
Jasper Nobel in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [vader]
p/a Everest Notariaat N.V. , Ptolemaeuslaan 54
3528 BP Utrecht,
hierna ook te noemen: de vereffenaar,
en
[verzoeker]
wonende [adres]
[woonplaats]
DUITSLAND,
hierna ook te noemen: [verzoeker] ,
gezamenlijk hierna te noemen: verzoeker(s).

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 12 november 2019;
  • brieven van [A] , ingekomen op 17 december 2019 en 29 januari 2020;
  • stukken van verschillende verzoeken rond de nalatenschap van [vader] .
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 16 december 2019 en van 29 januari 2020 te Amersfoort. Van de behandeling ter zitting is aantekening bijgehouden. Tijdens de eerste zitting zijn beide verzoekers verschenen. Tijdens de tweede zitting is alleen verzoeker [verzoeker] verschenen.

De beoordeling

Het verzoek strekt tot instelling van een beperkt bewind over een deel van de goederen, die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende
[rechthebbende], geboren te [geboorteplaats] op [1957] , wonende te [woonplaats] , [adres] , wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand waardoor rechthebbende niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Het verzoek richt zich namelijk specifiek op de goederen die behoren tot het aan rechthebbende toekomend onverdeeld aandeel in de nalatenschap van haar vader.
Verzoeker Jasper Nobel is op 5 juni 2018 door de rechtbank benoemd als vereffenaar van de nalatenschap van [vader] , vader van rechthebbende, die op [2016] is overleden. In die hoedanigheid heeft hij –naast [verzoeker] , broer van rechthebbende- het onderstaande verzoek ingediend. De vereffenaar behoort daarmee echter niet tot de personen die op grond van artikel 1:432 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek de onderbewindstelling van rechthebbende kunnen verzoeken. De kantonrechter zal hem daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
In het verzoek is gesteld dat rechthebbende geen enkele actie onderneemt met betrekking tot haar erfdeel en mogelijk vanwege haar psychische gesteldheid geen overzicht lijkt te hebben van haar situatie. Rechthebbende reageert niet op brieven van Nobel inzake de vereffening en maakte bij een bezoek van Nobel op hem een verwarde indruk. Zij houdt zo de afwikkeling van de nalatenschap van vader (en moeder) op en veroorzaakt voor haar mede-erfgenamen veel kosten. De kantonrechter overweegt dat de ergernis van de vereffenaar en broer over het stilzitten van de rechthebbende en over haar frustreren van de goede en voortvarende afwikkeling van de nalatenschap(pen) goed invoelbaar is. Rechthebbende lijkt weinig oog te hebben voor de belangen van anderen. Zij heeft echter wél de nalatenschap van haar vader beneficiair aanvaard op 29 augustus 2017 en daarmee haar eigen belangen behartigd. Ook heeft zij naar aanleiding van de uitnodigingen voor de zittingen in deze zaak gereageerd met brieven waarin zij onder meer vraagt om een bijlage die haar niet zou zijn toegezonden en verwijst naar een zaak die aanhangig is bij het bewindsbureau Lelystad onder een –daar onbekend- kenmerk. Dat rechthebbende een verwarde indruk maakte op vereffenaar legt hier geen gewicht in de schaal nu hij geen psycholoog of psychiater of anderszins deskundige is ten aanzien van de geestesvermogens. Hoewel verzoekers moet worden nagegeven dat in de brieven van rechthebbende een adequate inhoudelijke reactie op het verzoek ontbreekt, is de kantonrechter van oordeel dat al met al uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting onvoldoende aannemelijk is geworden dat de rechthebbende als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand (tijdelijk of duurzaam) niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Dit oordeel leidt ertoe dat het verzoek zal worden afgewezen.

De beslissing

De kantonrechter:
- verklaart verzoeker Jasper Nobel niet ontvankelijk in zijn verzoek;
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Smit, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2020, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.