ECLI:NL:RBMNE:2020:1636
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenen van zorgmachtiging wegens voldoende vrijwilligheid
De officier van justitie verzocht op 17 maart 2020 bij de rechtbank Midden-Nederland om een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van de betrokkene, die lijdt aan een bipolaire-stemmingsstoornis. De aangevraagde zorgmachtiging betrof diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht, voor een periode van zes maanden.
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 maart 2020, waarbij de betrokkene niet aanwezig was, werd onder meer de psychiater gehoord. Deze gaf aan dat de betrokkene inmiddels aanzienlijk was hersteld en niet acuut psychiatrisch ziek was. De psychiater stelde dat de benodigde zorg op vrijwillige basis kon worden verleend en betwijfelde de noodzaak van een zorgmachtiging.
De advocaat van de betrokkene ondersteunde dit standpunt en benadrukte dat de betrokkene vrijwillige behandeling wenst. De rechtbank constateerde dat hoewel de stoornis van de betrokkene ernstig nadeel kan veroorzaken, de huidige situatie geen dringende noodzaak tot verplichte zorg rechtvaardigt.
De rechtbank overwoog dat de Wvggz primair inzet op ambulante zorg en dat verplichte zorg die opname vereist pas moet worden toegepast wanneer ambulante zorg onvoldoende is. Gezien de standpunten van de psychiater en betrokkene, zag de rechtbank geen reden om de zorgmachtiging te verlenen en wees het verzoek af. De betrokkene wordt geacht contact te onderhouden met zijn ambulante psychiater voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een zorgmachtiging wordt afgewezen omdat de betrokkene voldoende vrijwillig behandeld kan worden.