Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 maart 2020 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1988, op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De machtiging betreft diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht, met een duur van zes maanden.
De betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, zoals risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank constateert dat ambulante verplichte zorg eerst moet worden toegepast en dat zwaardere maatregelen pas mogen volgen als het ernstig nadeel niet met ambulante zorg kan worden afgewend.
De rechtbank weegt mee dat betrokkene recent vrijwillig heeft meegewerkt aan opname en zelf weer regie wil. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 14 april 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met start van ambulante verplichte zorg en mogelijkheid tot uitbreiding.