ECLI:NL:RBMNE:2020:1639
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op huurtoeslag voor woonark die niet duurzaam met de grond is verenigd
Eiser heeft huurtoeslag ontvangen voor de woonark waarin hij woonde, maar de Belastingdienst stelde dat hij voor de jaren 2012 tot en met 2014 geen recht had op huurtoeslag omdat de woonark een roerende zaak is. De centrale vraag was of de woonark duurzaam met de grond verenigd was, wat vereist is voor het recht op huurtoeslag. De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit betrekking had op de jaren 2012 tot en met 2014, ondanks een kennelijke verschrijving in het besluit.
Voor het jaar 2012 is door de Belastingdienst toegezegd dat de huurtoeslag definitief wordt vastgesteld op het bedrag uit de voorschotbeschikking, omdat de herzieningstermijn van vijf jaar was verstreken. Voor de jaren 2013 en 2014 stelde de rechtbank vast dat de herzieningstermijn niet was overschreden. De rechtbank ging vervolgens uitgebreid in op de juridische definitie van woning en onroerende zaak volgens de Wet op de huurtoeslag en het Burgerlijk Wetboek, waarbij het arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2010 leidend was.
De woonark van eiser was via een steiger met palen in de grond verbonden en kon meebewegen met het waterpeil. Ook al was de woonark aangesloten op vaste nutsvoorzieningen, dit betekende niet dat de woonark duurzaam met de grond was verenigd. Daarom kwalificeerde de woonark als roerende zaak en had eiser geen recht op huurtoeslag voor de jaren 2013 en 2014. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Eiser heeft geen recht op huurtoeslag omdat de woonark geen onroerende zaak is.