Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 27, die op 25 maart 2020 aan [gedaagde] is betekend, met daarbij de mededeling dat de voorzieningenrechter heeft bepaald dat de procedure schriftelijk zal worden gevoerd
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] , met eis in reconventie en de producties 1 t/m 10
- de conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie van SVO
- de conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie van [gedaagde]
- de conclusie van dupliek in reconventie van SVO
- het schriftelijk bezwaar van [gedaagde] tegen de hoofdstukken 3.1, .3.2, 3.3, 4, 4.1, 4.2, 5 (randnummers 26 en 27) en 5.2 van de conclusie van dupliek in reconventie en de schriftelijke reactie van SVO op dat bezwaar.