ECLI:NL:RBMNE:2020:1687

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 april 2020
Publicatiedatum
29 april 2020
Zaaknummer
19/5571
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden tegen UWV-besluit

Eiseres heeft op 6 januari 2020 beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 28 november 2019. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en geconstateerd dat het niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat eiseres niet heeft toegelicht waarom zij het niet eens is met het besluit.

De rechtbank heeft eiseres hierop op 7 januari 2020 schriftelijk verzocht binnen vier weken haar beroepsgronden aan te geven. Eiseres heeft hier niet tijdig op gereageerd. Na een aanvullende herinnering per aangetekende brief op 7 februari 2020 bleef een inhoudelijke reactie uit.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro, wat inhoudt dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Eiseres krijgt geen gelijk en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 28 april 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19 / 5571

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: M. van der Veen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 6 januari 2020 tegen het besluit van verweerder van 28 november 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt kan de rechtbank beslissen dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
3. De rechtbank heeft eiseres op 7 januari 2020 een brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen 4 weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. Op
6 februari 2020 ontving de rechtbank een faxbericht van eiseres waarin zij stelde geen ontvangstbevestiging te hebben ontvangen. In reactie daarop heeft de rechtbank op
7 februari 2020 een aangetekende brief aan eiseres gestuurd, waarin opnieuw een termijn van vier weken is gegeven.
4. Eiseres heeft niet (op tijd) gereageerd op deze brief.
5. Het beroep is om die reden kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb). Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk zal worden behandeld.
6. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van L.J.N, van der Linden, griffier, op 28 april 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.