Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [1979] te [geboorteplaats] ;
Rechtbank Midden-Nederland
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een verstandelijke handicap en een psychische stoornis. Betrokkene heeft eerder een psychotische ontregeling doorgemaakt en vertoont nog steeds psychotische kenmerken. Hoewel betrokkene en zijn ouders zich verzetten tegen de opname, is vastgesteld dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt en risico loopt op ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid.
De rechtbank hield op 23 maart 2020 een mondelinge zitting, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een gedragsdeskundige en een arts werden gehoord. Uit de medische verklaringen en het ondersteuningsplan blijkt dat betrokkene nog niet volledig hersteld is en dat er geen geschikte minder ingrijpende alternatieven zijn om het ernstig nadeel te voorkomen. De optie om betrokkene bij zijn ouders te laten verblijven werd door de rechtbank als ongeschikt beoordeeld vanwege de afstand en de complexiteit van de zorg.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria van de Wet zorg en dwang is voldaan en verleende de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, tot en met 23 september 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden aan betrokkene.