Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [1994] te [geboorteplaats] (Rusland);
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 23 maart 2020 een beschikking gegeven op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1994, op grond van artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Betrokkene woont sinds december in een accommodatie, waar het goed met hem gaat, maar hij heeft nog tijd nodig om te wennen en uitte de wens ergens anders te wonen. De moeder en betrokkene zijn akkoord met de machtiging voor zes maanden. Uit de medische verklaring en overige stukken blijkt dat betrokkene door zijn verstandelijke handicap en psychische stoornis ernstig nadeel ondervindt, zoals risico op ernstige psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van veiligheid.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. Betrokkene verzet zich tegen de opname, maar de wettelijke criteria voor machtiging zijn vervuld. De rechtbank verleent daarom de machtiging tot en met 23 september 2020.
De beschikking is mondeling gegeven door rechter V.M.M. van Amstel en schriftelijk uitgewerkt op 6 april 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden.