Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
19 maart 2020
.
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1928;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 23 maart 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1928, die lijdt aan dementie en een delier. De mondelinge behandeling vond telefonisch plaats vanwege coronamaatregelen, waarbij de advocaat en behandelend arts werden gehoord. Betrokkene zelf kon niet worden gehoord vanwege zijn versufte toestand.
De arts lichtte toe dat betrokkene wisselend bewustzijn vertoonde door de combinatie van Alzheimer en delier, waarvoor medicatie was ingezet. De familie gaf aan dat de situatie thuis onhoudbaar was geworden vanwege fysieke agressie, hoewel deze niet in de instelling werd waargenomen. De advocaat stelde dat betrokkene zich niet bewust was van de agressie en verzocht om afwijzing van het verzoek.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, voornamelijk ernstig lichamelijk letsel, veroorzaakt door het gedrag van betrokkene. Gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en de inzet van huisarts, casemanager en 24-uurs zorg, achtte de rechtbank voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. De machtiging werd verleend voor zes weken, tot en met 4 mei 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens dreigend ernstig nadeel.