Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek tot verlening van een machtiging tot verplichte zorg op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen gecombineerd met een verstandelijke beperking.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege coronamaatregelen, werden betrokkene, zijn advocaat, een afdelingsarts en de behandelend psychiater gehoord. Betrokkene gaf aan zich beter te voelen, maar de medische deskundigen stelden dat verplichte zorg noodzakelijk blijft vanwege het ernstige nadeel en het ontbreken van vrijwillige zorgmogelijkheden.
De rechtbank oordeelde dat de gevraagde vormen van verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk zijn om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot 30 september 2020. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat de zorgmachtiging de passende zorg waarborgt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden en wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.