Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- de medische verklaring d.d. 25 maart 2020;
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1972, te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder risico op lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde betrokkene zich goed te voelen en graag langer in de instelling te willen blijven. De arts adviseerde toewijzing van het verzoek, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, waarvoor geen concrete noodzaak werd gezien. De rechtbank oordeelde dat de verplichte zorg evenredig en effectief is en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De zorgmachtiging werd verleend voor een periode van zes maanden, tot en met 6 oktober 2020, voor diverse vormen van verplichte zorg zoals medicatietoediening, bewegingsbeperking, toezicht en beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg voor zes maanden en wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.