Eiser diende op 12 augustus 2019 een bezwaarschrift in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. De gemeente heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes weken beslist, waardoor de beslistermijn ruimschoots is overschreden.
Eiser heeft de gemeente op 25 november 2019 per fax in gebreke gesteld, waarna de gemeente nog twee weken had om alsnog te beslissen. Deze termijn is eveneens verstreken zonder besluit. De rechtbank stelt vast dat de gemeente in gebreke is en legt een dwangsom op van het maximale bedrag van € 1.442,- voor de eerste 42 dagen van overschrijding.
Vanwege de coronacrisis wordt de termijn voor het alsnog nemen van een besluit verlengd tot zes weken na verzending van deze uitspraak. Voor elke dag dat de gemeente daarna nog in gebreke blijft, geldt een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en veroordeelt de gemeente tot betaling van proceskosten van € 262,50 en het griffierecht van € 174,- aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 27 april 2020 zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.