Verzoekers wonen op een perceel waar drie woonwagens staan, terwijl het bestemmingsplan slechts twee toestaat. De gemeente legde een last onder bestuursdwang op om de derde woonwagen te verwijderen wegens overtreding van het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de overtreding duidelijk is en dat de gemeente bevoegd is tot handhaving. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat de gemeente niet bereid is de derde woonwagen te legaliseren.
Verzoekers voerden aan dat handhaving onevenredig is vanwege het recht op betoging en het huisrecht van een bewoner. De voorzieningenrechter verwierp deze bezwaren, omdat het primaire doel van de woonwagen wonen is en het huisrecht kan worden beperkt op grond van de Wabo.
De voorzieningenrechter verlengde wel de begunstigingstermijn tot 29 april 2020 om verzoekers gelegenheid te geven de woonwagen te verwijderen en andere woonvoorzieningen te treffen. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.