ECLI:NL:RBMNE:2020:1741
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met taxatiematrix bevestigd door rechtbank
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door verweerder is vastgesteld op €354.000,- voor het belastingjaar 2019. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €305.000,- voor, onder meer gebaseerd op de aankoopprijs van de woning in 2016 en de sloop van een schuur.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is bepaald door vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type, rekening houdend met verschillen zoals gebruiksoppervlakte. De rechtbank weegt de ingebrachte argumenten en concludeert dat verweerder met de taxatiematrix voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat de aankoopprijs uit 2016 te ver van de waardepeildatum ligt om als beste waarderingsgrondslag te dienen, mede vanwege de ontwikkelingen op de woningmarkt. Ook het argument over de gesloopte schuur faalt, omdat deze niet in de taxatiematrix is meegenomen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €354.000,- wordt bevestigd.