ECLI:NL:RBMNE:2020:1743
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van taxatiematrix en onderhoudstoestand
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door verweerder is vastgesteld op €390.000,- met waardepeildatum 1 januari 2018. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een lagere waarde van €325.000,-, onder meer gebaseerd op de aankoopprijs uit 2016 en de slechte onderhoudstoestand van de woning.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is bepaald door vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type, waarbij rekening is gehouden met verschillen in onderhoudstoestand. De rechtbank acht deze methode aannemelijk en vindt dat verweerder voldoende heeft onderbouwd dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat de aankoopprijs uit 2016 te ver van de waardepeildatum ligt om als beste waarderingsgrondslag te dienen, mede vanwege de ontwikkelingen op de woningmarkt. Ook is geoordeeld dat de gehanteerde prijs per vierkante meter voldoende rekening houdt met de matige onderhoudstoestand van de woning. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €390.000,- gehandhaafd.