ECLI:NL:RBMNE:2020:1745
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning aan de hand van taxatiematrix
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te een woonplaats, vastgesteld op €422.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix die vergelijkingen maakt met referentiewoningen van hetzelfde type.
De rechtbank heeft overwogen dat de WOZ-waarde de waarde in het economisch verkeer betreft en dat verweerder de bewijslast draagt om aan te tonen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Uit de taxatiematrix blijkt dat de waarde is bepaald door een methode van vergelijking met referentiewoningen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte.
Eiser heeft aangevoerd dat de verkoopcijfers uit het taxatieverslag in de waardebepaling betrokken moeten worden en dat bepaalde referentiewoningen een lagere waarde onderbouwen. De rechtbank oordeelt dat verweerder vrij is om in de beroepsfase de meest geschikte referentiewoningen te gebruiken en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem genoemde referentiewoningen een betere onderbouwing bieden.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.