ECLI:NL:RBMNE:2020:1746
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning aan een adres te woonplaats
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning aan een adres te woonplaats voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €267.000,- en heeft dit onderbouwd met een taxatiematrix. Eiser betwist deze waarde en vordert een lagere waardering van €241.000,-.
De rechtbank heeft de taxatiematrix beoordeeld en geoordeeld dat deze aannemelijk maakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix toont aan dat de waardebepaling is gebaseerd op vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type en dat rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. Daarnaast zijn waardeverlagende factoren zoals achterstallig schilderwerk, houtrot, een niet-geïsoleerd dak, verkeersoverlast en een recht van overpad onderzocht, maar onvoldoende aannemelijk gemaakt door eiser.
De rechtbank concludeert dat de door verweerder gehanteerde referentiewoningen representatief zijn en dat eventuele waardedrukkende factoren reeds in de verkoopprijzen zijn verwerkt. Ook de door eiser aangevoerde referentiewoningen zijn minder geschikt vanwege verschillen in bouwperiode. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €267.000,- blijft gehandhaafd.