ECLI:NL:RBMNE:2020:1767
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in kort geding
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. R.P.P. Hoekstra in een kort geding-procedure. Dit verzoek werd op 28 april 2020 ingediend, nadat op 15 april 2020 een einduitspraak in de zaak was gedaan.
De wrakingskamer oordeelde dat het doel van wraking is het voorkomen van vooringenomenheid tijdens de behandeling van een zaak. Dit doel vervalt zodra een einduitspraak is gedaan, omdat de behandeling daarmee is geëindigd. De wet voorziet niet in wraking na een einduitspraak.
Daarom verklaarde de wrakingskamer de verzoekers niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek. Gezien de kennelijke niet-ontvankelijkheid vond geen mondelinge behandeling plaats. De beslissing werd op 1 mei 2020 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak is ingediend.