Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser 2] , [eiser 3]te [woonplaats] , eisers
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de korpschef van politie om hun verzoek tot inzage in niet-geanonimiseerde politiegegevens en verwijdering van gegevens te weigeren. De rechtbank beoordeelt of verweerder te veel heeft geanonimiseerd en of het weigeren van verwijdering terecht is.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom grote delen van de registraties zwartgelakt zijn, terwijl sommige informatie zonder identificatie van betrokkenen inzichtelijk gemaakt kan worden. Wel is het rechtmatig dat medische gegevens en informatie die de identiteit van melders prijsgeeft, zijn geanonimiseerd.
Verder oordeelt de rechtbank dat verwijdering van gegevens alleen kan plaatsvinden bij feitelijk onjuiste gegevens. Verweerder erkent een onjuiste vermelding van minderjarigheid van een eiser, wat een gebrek in het besluit vormt. De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid om het besluit binnen zes weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep deels toe en stelt verweerder in de gelegenheid het besluit binnen zes weken te herstellen.