Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] (Colombia), voor de volgende vormen van verplichte zorg, zoals verzocht onder 2.1:
.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 april 2020 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, geboren in 1986, wonende te een woonplaats en verblijvend in een instelling. Het verzoek betreft verplichte zorg conform artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De zorgmachtiging omvat zowel ambulante als klinische vormen van verplichte zorg, waaronder het toedienen van medicatie, beperken van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, woningonderzoek en opname in een accommodatie. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade.
De rechtbank overweegt dat ambulante zorg de voorkeur heeft en dat klinische zorg alleen toegepast mag worden wanneer ambulante zorg onvoldoende is. Betrokkene stemt in met het zorgplan, maar vanwege het risico op onttrekking aan zorg is een juridisch kader noodzakelijk. De machtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, met de mogelijkheid tot toepassing van klinische zorg indien nodig.
De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met ambulante en klinische verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden.