Eiser heeft een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven aangevraagd wegens slachtofferschap van mensenhandel in de periode 1990-1998, waarbij sprake was van dwangarbeid, mishandeling, intimidatie en seksuele uitbuiting.
Verweerder kende een uitkering van € 15.000 toe, gebaseerd op letselcategorieën 3 en 4 uit de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven, maar wees het bezwaar van eiser af. Eiser betoogde dat verweerder de letselcategorieën onjuist toepaste en onvoldoende motiveerde waarom niet voor hogere categorieën werd gekozen, mede vanwege de ernst en duur van het geweld.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is, omdat niet is toegelicht waarom het geweld niet als ernstig wordt beschouwd en waarom de duur van het misbruik niet als zeer lang wordt aangemerkt. Ook is onduidelijk waarom letselcategorie 5 niet van toepassing is, zelfs niet bij samenvoeging van de periodes.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.