ECLI:NL:RBMNE:2020:1867
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning wegens onjuiste beoordeling woningvorming
Eiseres heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor interne verbouwingen aan een woning, waarbij zij stelde dat er geen sprake was van woningvorming. Verweerder weigerde de vergunning op grond dat de verbouwing zou leiden tot woningvorming, wat in strijd zou zijn met de beheersverordening. De rechtbank oordeelde dat woningvorming volgens de beheersverordening alleen kan worden aangenomen bij zelfstandige woonruimten met alle wezenlijke voorzieningen, waaronder een toilet binnen de woonruimte. Uit de bouwtekeningen bleek dat toiletten buiten de woonruimten waren gepland, waardoor geen sprake was van zelfstandige woonruimten en dus geen woningvorming.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de aanvraag niet in de juiste omvang had beoordeeld en dat de weigering niet op de juiste gronden was gebaseerd. Omdat het afwijken van de beheersverordening een discretionaire bevoegdheid van verweerder is, kon de rechtbank niet zelf in de zaak voorzien. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd.