ECLI:NL:RBMNE:2020:1875
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring woning Almere wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een urgentieverklaring voor een woning in Almere aangevraagd, welke door het college van burgemeester en wethouders is afgewezen wegens niet voldoen aan de tweejaars ingezetenschapseis. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster en haar kinderen momenteel onderdak hebben in een crisiswoning, hoewel deze situatie verre van ideaal is. Het verzoek om voorlopige voorziening is pas twee maanden na het bezwaar ingediend, en verzoekster had zelf een aandeel in het uitblijven van een beslissing op bezwaar doordat zij de gevraagde stukken laat aanleverde.
De rechtbank concludeert dat er geen onverwijlde spoed is die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Tevens is het primaire besluit niet evident onrechtmatig, aangezien verzoekster niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden en de hardheidsclausule niet zonder nadere beoordeling kan worden toegepast.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het primaire besluit.