ECLI:NL:RBMNE:2020:1884
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €762.000 voor het belastingjaar 2019. Verweerder heeft deze waarde gebaseerd op een vergelijking met referentiewoningen en heeft het bezwaar van eiser eerder ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het verweerschrift en de matrix met verkoopgegevens van vergelijkbare woningen bestudeerd en geoordeeld dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijking met referentiewoningen houdt voldoende rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte.
Eiser stelde dat de waardestijging van 52,7% ten opzichte van het voorgaande jaar onverklaarbaar is en dat de ligging aan de N230 en een persleiding achter de woning onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank oordeelde dat jaarlijkse waardebepaling onafhankelijk is van voorgaande jaren en dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met de ligging en de persleiding.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe op 15 mei 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €762.000 wordt ongegrond verklaard.