ECLI:NL:RBMNE:2020:1928
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en proceskostenveroordeling in WAO-zaak
Eiseres ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering en werd in 2009 voor het laatst volledig arbeidsongeschikt verklaard. Na een lange periode zonder herbeoordeling werd zij in 2018 opnieuw medisch onderzocht, waarna het UWV haar arbeidsongeschiktheid terugbracht tot 15-25% vanaf februari 2019. Eiseres betwist deze beoordeling en stelt dat haar psychische en fysieke klachten zijn verergerd, onder meer door een onjuiste diagnose en onderschatting van haar beperkingen.
De rechtbank onderzoekt de medische en arbeidskundige rapporten en concludeert dat de diagnose PTSS pas na de datum in geding is gesteld en dat de psychische klachten op 13 februari 2019 niet zodanig verslechterd waren dat dit tot andere beperkingen zou leiden. Ook de fysieke klachten zijn onvoldoende onderbouwd met medische stukken. De arbeidsdeskundige bevestigt dat ondanks het vervallen van één functie er voldoende passende functies voorhanden zijn.
Hoewel de functionele mogelijkhedenlijst (FML) een allergiebeperking ontbeert, leidt dit motiveringsgebrek niet tot benadeling van eiseres, omdat de uitkomst van de beoordeling niet anders zou zijn geweest. De rechtbank passeert dit gebrek en veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres en in het door haar betaalde griffierecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.