ECLI:NL:RBMNE:2020:1982
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met taxatiematrix als onderbouwing
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2019, welke door verweerder was vastgesteld op €522.000,-. Eiser stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld en pleitte voor een lagere waarde van €375.000,-. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd ter onderbouwing van de vastgestelde waarde.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde de waarde in het economisch verkeer betreft, waarbij de prijs wordt bepaald die bij verkoop onder normale omstandigheden zou zijn betaald. Verweerder heeft de bewijslast om aan te tonen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix toont aan dat de waarde is bepaald door vergelijking met referentiewoningen van hetzelfde type, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte.
Eiser voerde aan dat geen rekening was gehouden met de gedateerde staat en het achterstallige onderhoud van de woning, maar deze stellingen werden niet onderbouwd. Verweerder hanteerde een lagere waarde per vierkante meter dan het gemiddelde, wat de rechtbank voldoende achtte als compensatie voor de staat van onderhoud. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.