ECLI:NL:RBMNE:2020:1983
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en taxatiematrix als onderbouwing
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres in een Nederlandse woonplaats, vastgesteld door de gemeente voor het belastingjaar 2019 op €263.000. De eigenaar betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €240.000 voor. Na een bezwaarprocedure die ongegrond werd verklaard, is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelt of de gemeente met haar taxatiematrix voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De taxatiematrix is gebaseerd op vergelijkingen met referentiewoningen van hetzelfde type, waarbij rekening is gehouden met verschillen in inhoud, perceeloppervlak en marktontwikkelingen. De rechtbank acht deze methode en onderbouwing voldoende betrouwbaar.
De eigenaar voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met verschillen in perceeloppervlak, wooninhoud, marktprijzen en de gedateerde staat van de woning, waaronder een 25 jaar oude keuken. De rechtbank overweegt dat de gemeente deze aspecten heeft meegenomen door het hanteren van de laagste eenheidsprijs per kubieke meter en het vermelden van de staat van de woning in de taxatiematrix.
De rechtbank concludeert dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €263.000 wordt ongegrond verklaard.