Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker(gemachtigde: mr. J.J.M. van Lint),
(gemachtigden: mr. M. de Jong en J. Fakkel).
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 6 mei 2020 een mondelinge uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw met dakkapellen op een woning in de binnenstad van Montfoort.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van 9 maart 2020 waarbij het college van burgemeester en wethouders de vergunning aan een derde-partij had verleend. Verzoeker stelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan, de redelijke eisen van welstand, het Bouwbesluit 2012, en dat er privaatrechtelijke belemmeringen waren. Ook voerde hij aan dat de vergunninghouder de woning wilde splitsen in drie appartementen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de splitsing in appartementen niet aannemelijk was en dat alleen de dakkapellen aan de voorzijde in strijd waren met het bestemmingsplan, waarvoor een kruimelgevallenregeling was toegepast. De adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit had een positief advies gegeven, met een aanvullend positief advies in voorbereiding. De berekeningen van de constructeur van de vergunninghouder waren gecontroleerd en geaccepteerd. Privaatrechtelijke belangen en beleidsregels voor kruimelgevallen konden niet worden meegewogen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de gebreken in het besluit kunnen worden hersteld bij de beslissing op bezwaar en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom werd afgewezen. De uitspraak bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning voor de dakopbouw met dakkapellen wordt afgewezen.