Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 14 mei 2020 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 2000. Het verzoek was onderbouwd met een medische verklaring, zorgkaart, zorgplan en adviezen van de geneesheer-directeur.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, werden betrokkene, haar vader, een psychiater, een arts-assistent en haar advocaat gehoord. De psychiater lichtte toe dat betrokkene voorlopig opgenomen moet blijven en nog niet zelfstandig vocht en voeding kan innemen. De advocaat voerde primair verzet tegen het verzoek, stellende dat betrokkene voldoende bereidheid tot vrijwillige samenwerking toont, maar ging subsidiair akkoord met een machtiging voor maximaal vier maanden.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis (overige DSM-5 stoornissen) die leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en vrijwillige zorg is niet mogelijk. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Daarom werd de zorgmachtiging verleend voor de gevraagde vormen van zorg, met een maximale duur tot 14 september 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van vier maanden.