ECLI:NL:RBMNE:2020:2009

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 mei 2020
Publicatiedatum
29 mei 2020
Zaaknummer
C/16/501373 / FA RK 20-2698
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:2 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 14 mei 2020 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 2000. Het verzoek was onderbouwd met een medische verklaring, zorgkaart, zorgplan en adviezen van de geneesheer-directeur.

Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, werden betrokkene, haar vader, een psychiater, een arts-assistent en haar advocaat gehoord. De psychiater lichtte toe dat betrokkene voorlopig opgenomen moet blijven en nog niet zelfstandig vocht en voeding kan innemen. De advocaat voerde primair verzet tegen het verzoek, stellende dat betrokkene voldoende bereidheid tot vrijwillige samenwerking toont, maar ging subsidiair akkoord met een machtiging voor maximaal vier maanden.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis (overige DSM-5 stoornissen) die leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en vrijwillige zorg is niet mogelijk. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Daarom werd de zorgmachtiging verleend voor de gevraagde vormen van zorg, met een maximale duur tot 14 september 2020.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van vier maanden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/501373 / FA RK 20-2698
Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]
Machtiging tot verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 14 mei 2020naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
verblijvende in het [verblijfplaats] te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. C.B. Stenger.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 april 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring van 21 april 2020;
- de zorgkaart inclusief bijlagen;
- het zorgplan inclusief bijlagen;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 mei 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:
- de betrokkene,
- mevrouw [A] , psychiater,
- mevrouw [B] , arts-assistent,
- de advocaat van de betrokkene,
- de heer [C] , de vader van de betrokkene.
De betrokkene, haar vader, de psychiater en de arts-assistent waren in dezelfde ruimte. De advocaat van de betrokkene bevond zich in een afzonderlijke ruimte.
De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden- Nederland te Utrecht.
1.3.
De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de
mondelinge behandeling te verschijnen.
1.4.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de officier van justitie, de advocaat van de betrokkene en aan de zorgaanbieder verstrekt.

2.Beoordeling

2.1.
In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan de betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro te mogen verlenen. Het gaat dan om:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
j. opnemen in een accommodatie.
2.2.
De psychiater heeft toegelicht dat de betrokkene is opgenomen en voorlopig opgenomen moet blijven. Verder heeft zij toegelicht dat de samenwerking tussen de behandelaren en de betrokkene nog niet optimaal verloopt en dat de betrokkene nog niet zo ver is dat het haar lukt om zelfstandig vocht en voeding in te nemen. De medicamenteuze behandeling moet gecontinueerd worden, waardoor haar geestelijke toestand verbetert en zij beter in staat zal zijn om vocht en voeding in te nemen.
De vader van de betrokkene meent dat zijn dochter naast de medische behandeling ook therapie nodig heeft. Hij hoopt dat hier snel mee kan worden gestart.
De advocaat van de betrokkene heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek omdat bij de betrokkene voldoende bereidheid aanwezig is om op vrijwillige basis met de behandelaren samen te werken. Subsidiair is geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek voor de duur van maximaal vier maanden.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van overige DSM-5 stoornissen.
2.4.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel voor zichzelf.
2.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft de betrokkene zorg nodig.
2.6.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van de betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van de betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank ziet aanleiding de duur van de te verlenen machtiging te beperken tot vier maanden. De zorgmachtiging geldt dus tot en met 14 september 2020.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
j. opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 september 2020.
Deze beschikking is op 14 mei 2020 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.B.T. Koster als griffier, en is schriftelijk uitgewerkt op
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.